CHARLES AZNAVOUR

...
Sinds de jaren vijftig is hij zelf de voornaamste vertolker van zijn chansons, die opvallen door een harmonieus samengaan en volkomen gelijkwaardigheid van tekst en muziek (o.a. "Je hais les dimanches", "Plus bleu que tes yeux", "Il y avait", "Tu t’laisses aller", "Les comédiens", "La Mamma", "For me… formidable").
Charles Aznavour verkocht meer dan 100 miljoen platen en maakte 60 films, waaronder Shoot the pianist, La Bohème en Non je n'ai rien oublié, The old fashioned way. In 1973 werd de documentaire film Charles Aznavour chante uitgebracht. Hij schreef de autobiografieën Aznavour par Aznavour (1971) en Sur ma vie (1977). Hij zong onder andere ook met de zangeres Liesbeth List en de eerste hit van Boudewijn de Groot in 1965 "Een meisje van zestien" is een vertaalde chanson van Charles Aznavour. De Franse duizendpoot weet vandaag de dag nog steeds niet van ophouden!

CHARLES TRENET

...
Met zijn zonnige glunderhoofd en zijn liedjes die de decennia glansrijk hadden getrotseerd. Iets strammer, maar nog altijd met zijn bariton van zacht fluweel die de woorden kon laten dartelen en dansen. Niet zonder enige ijdelheid vertelde hij eens wat zijn broer over hem had gezegd: "Op een goeie dag was Charles 24, dat beviel hem en dat is hij gebleven."
Kort na de oorlog kreeg Trenet ook vaste voet aan de grond op Broadway en in Canada, waar "La Mer" onder de titel "Beyond the sea" minstens zo'n grote hit werd. In eigen land schreef hij in 1951 nog het onsterfelijke "l'Âme des poètes", wellicht beter bekend van de beginregels: " " "Longtemps, longtemps, longtemps après que les poètes ont disparu / leurs chansons courent encores dans les rues...''. Allengs werden zijn liedjes weemoediger, maar zijn leven lang bleef hij ook zijn vroegere successen zingen en tot op hoge leeftijd trok hij een guitig gezicht als hij werd gefotografeerd. Verdere belangstelling voor zijn privé-leven hield hij op afstand, ook toen er elders in Franse artiestenkringen allang geen taboe op homoseksualiteit meer bestond.
In de jaren zestig raakte Trenet uit de mode, omdat hij voor de tijdgeest van toen te vrijblijvend was. Maar toen in de jaren zeventig bleek dat hij alle rages had overleefd, kreeg elk optreden het karakter van een huldiging. Op zijn tachtigste trad hij op in een uitverkochte Opéra-Bastille in Parijs en toen hij 84 was kreeg hij de hoogste Franse onderscheiding: commandeur in het Légion d'Honneur. Nu hij is overleden, geldt eens te meer de troostende tekst van "l'Âme des poètes " : nog lang nadat de dichters verdwenen zijn, blijven hun woorden door  de straten zweven.

YVES MONTAND

...
Ivo werd Yves Montand en verkreeg in 1929 de Franse nationaliteit.Over de chanson- en filmcar-rière van Yves Montand zijn dikke boeken geschreven. Hij was o.m. gehuwd met de Franse top-actrice Simone Signoret en, ondanks geruchten over een romance met Marilyn Monroe, bleef hij haar trouw tot bij haar dood in 1985.
Op de laatste draaidag voor zijn laatste film "IP 5", kreeg hij een hartaanval. Een paar uur later, op 9 november 1991, overleed hij in het hospitaal van Senlis. Hij liet een aangenomen dochter, Cathérine Allegret en zijn jonge vriendin Carole Amiel en hun 3-jarig zoontje achter. Doch deze legendarische acteur-zanger leeft ver- der in zijn films en chansons die de wereld rond nog worden vertoond en gezongen.

EDITH PIAF

...
Het gerucht gaat dat ze op straat is geboren op de cape van een politieagent. Haar moeder was een straatzangeres en hoer die ook nog eens verslaafd was aan de alcohol.  Na twee maanden van verwaarlozing wordt Edith Piaf aan haar vader overgedragen. Haar vader was acrobaat en wist niet goed voor haar te zorgen dus op vierjarige leeftijd stuurt hij Edith terug naar haar moeder die ten noorden van Parijs een bordeel runt. Daar krijgt ze hersenvlies ontsteking en raakt voor vier jaar blind. In 1922 gaat Edith weer bij haar vader werken, maar in plaats dat hij haar naar school stuurt moet ze van hem werken. Ze moet met de pet rond bij de straatact van hem. Maar dat is ook de plek waar ze leert te zingen. En in 1930 is haar stem de hoofdattractie maar ze bevindt zich in de laagste kringen van de samenlevingen en even lijkt het of ze haar moeder achterna gaat. Maar in 1935 wordt ze ontdekt door Louis Leplee, een nachtclubeigenaar die haar onder zijn hoede neemt. Hij was het ook die haar de bijnaam La Môme Piaf (De Kleine Mus) gaf. Hij leerde haar alle kneepjes van het vak. Edith Piaf had veel succes en binnen een jaar had ze haar eerste plaat opgenomen. Maar net op het punt van succes, kwam er een behoorlijke tegenslag. Louis Leplee werd vermoord en de hoofdverdachte was niemand minder dan Edith Piaf. Ze werd uiteindelijk onschuldig bevonden maar het kwaad was al geschiet en het publiek bleef weg. Ze zocht toenadering tot Raymond Asso, een tekstschrijver en zakenman. Hij trok haar weg uit het criminele circuit, gaf haar de naam Edith Piaf en onder zijn leiding werd Piaf een groot succes. Door de jaren heen had ze veel hits maar ook veel mannen… Het leven dat ze leidde, met veel optreden, mannen, drank etc. eiste zijn tol en aan het einde van de jaren ’50, begin jaren ’60 ging haar gezondheid hard achteruit. Ondanks haar slechte gezondheid bleef ze optreden, terwijl haar lichaam het lang-zaam begaf, bleef haar stem sterk en krachtig. In 1960 stortte ze tweemaal in op podium ter-wijl ze bloed overgaf. In 1962 trouwt Piaf voor een tweede keer, ditmaal met de veel jongere Theo Sarapo en hij is ook degene die voor Piaf zorgt in haar laatste dagen. In 1963 geraakt Piaf ten gevolge van kanker in een coma en pas maanden later overlijdt ze op 11 oktober 1963. Edith Piaf is dus Frankrijks grootste zangeres en miljoenen mensen genieten van haar liedjes. Haar nummers zijn niet alleen melodieus maar ook doorspekt met emoties en kracht. Helaas is zo'n gave niet voor iedereen weggelegd, maar Piaf heeft zo’n doorleven leven geleidt dat ook dat onderdeel van de zangeres zeer interessant is. Dit is geen zangeres geweest waarvoor alles is komen aanwaaien maar Piaf heeft moeten vechten voor haar plaats aan de top. Ze was nooit te beroerd om nieuw talent ook te onder-steunen, zo heeft ze o.a. aan de wieg gestaan van de carrière van Charles Aznavour. Kortom : een carrière die vele mensen aanspreekt.

JACQUES BREL

...
Jacques Brel werd geboren op 8 april 1929 in Schaarbeek (Brussel) en is overleden in Bobigny (Parijs) op 9 oktober 1978. Hij was een Belgische zanger, componist en tekstschrijver die uitgroeide tot een grote Franse en internationale vedette. Na zijn afscheid van het podium in 1967 was hij enige tijd actief als filmacteur en -regisseur.
De Brusselaar Brel beschouwde zichzelf als Franstalige Vlaming. Hij zong voornamelijk in het Frans maar nam ook enkele Nederlandse versies van zijn chansons op, meestal door Ernst van Altena vertaald. In 1956 beleefde Brel zijn definitieve doorbraak met het succesvolle plaatje "Quand on n'a que l'amour". Andere bekende nummer (waarvan er vele ook door hemzelf in het Nederlands werden gezongen) :

Ne me quitte pas (Laat me niet alleen / If you go away) (1959)
Les Flamandes (1959)
Marieke (1961)
Le Moribond (Seasons in the sun) (1961)
Le Plat Pays (Mijn vlakke land) (1962)
Amsterdam (1964)
La chanson des vieux amants (Liefde van later) (1967)
Voir un ami pleurer (Een vriend zien huilen) (1977)

Vanwege zijn kritische, vaak spottende, teksten over de Vlaamse Beweging en het leven onder de vleugels van de rooms-katholieke Kerk was Brel vooral onder Vlamingen omstreden. Hij heeft echter ook diverse lofzangen geschreven op het Vlaamse land en het vrouwelijk deel van zijn bewoners.
Vele artiesten hebben Brel-chansons uitgevoerd of opgenomen. Nederlandse vertalingen werden onder meer door Liesbeth List en Herman van Veen opgenomen. In het Engelse taalgebied zorgden met name vertaler Rod McKuen en de zangers Scott Walker en Terry Jacks voor Brels bekendheid. Van "If you go away" (de Engelse bewerking van Ne me quitte pas) bestaan talloze versies, waarvan die van Dusty Springfield, Neil Diamond en Frank Sinatra waarschijnlijk de bekendste zijn.

GILBERT BECAUD

...
Zijn bekendste hit is waarschijnlijk "Et maintenant", een lied uit 1961 dat na een vertaling ook een hit werd in het Engels : "What Now My Love".
Hij werd geboren in Toulon als François Silly en leerde al op jonge leeftijd pianospelen. Hij ging naar het conservatorium in Nice, maar ging van school in 1942 om bij de Franse ondergrondse te gaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij begon liedjes te schrijven in 1948, na een ontmoeting met Maurice Vidalin, die hem inspireerde. Hij begon te schrijven voor Marie Bizet; Bizet, Bécaud en Vidalin werden een succesvol trio, hun samenwerking duurde tot 1950. Terwijl hij toerde als pianist met Jacques Pills ontmoette hij Edith Piaf. Onder haar invloed begon hij in 1953 met zin-gen. Zijn eerste liedjes waren "Mes mains" en "Les croix". Een jaar later had hij zijn eerste optre-den en tegen 1955 stond hij bekend om zijn elektrische optredens. Zijn hits aan het eind van de vijftiger jaren waren onder andere "La corrida" (1956), "Le jour où la pluie viendra" (1957) en "C'est merveilleux l'amour" (1958).
Zijn eerste hit in de Engelstalige wereld was met Jane Morgans vertaling van "Le jour où la pluie viendra". Hij begon in dezelfde periode ook met acteren, met Le Pays D'où Je Viens (1956). In 1960 won hij een Grand Prix du Disque en componeerde "L'enfant á l'étoile", een kerstcantate. In hetzelfde jaar werd "Let It Be Me", een vertaling van "Je t'appartiens", een hit voor de Everly Brothers, over de jaren gevolgd door Bob Dylan, Nina Simone, Elvis Presley, Willie Nelson, Jerry Butler en James Brown.
In 1961 nam Bécaud "Et maintenant" op, een van de meest populaire singles in de Franse geschiedenis. Vertaald als "What Now My Love" werd de song een hit voor Shirley Bassey, Sonny & Cher, Elvis Presley, Andy Williams en Frank Sinatra. Na een opera geschreven te hebben (Lopéra d'Aran) toerde Bécaud door Europa en nam nog een aantal hits op, waaronder het controversiële "Tu le regretteras".
In het begin van de zeventiger jaren lag de nadruk meer op toeren dan op het opnemen en na nog wat acteerwerk nam hij in 1973 een pauze en gaf als reden uitputting. In 1974 werd hij Chevalier in het Legion d'Honneur.
Hierna schreef hij samen met Pierre Grosz en Neil Diamond en schreef ook onder andere de Broadwaymusical Madame Roza met Julian More. Bécaud, die het zingen niet kon missen, ging toch weer opnemen en touren. Omdat hij zo vaak optrad in het beroemde Olympia in Parijs, was hij dé aangewezen persoon om het Olympia na de grondige verbouwing in 1997 met een concert te heropenen. Eind jaren negentig openbaarde zich voor het eerst kanker bij hem. Toch ging hij door met concerten geven. In de negentiger jaren deed hij het weer rustig aan, hoewel hij toch nieuwe albums bleef opnemen zoals "Une vie comme un roman" waarin hij een soort beschouwing op zijn eigen leven gaf. Op het laatste album dat tijdens zijn leven nog werd uitgebracht, staat een groot aantal persoonlijke nummers waaruit duidelijk wordt dat hij aan kanker gaat overlijden. Hij overleed op zijn woonboot op de Seine in Parijs op 18 december 2001. Zijn zoon Gaya zorgde ervoor dat in 2002 nog een cd verscheen. Bécaud bleef namelijk opnemen tot vlak voor zijn dood. Op enkele nummers is duidelijk te horen dat de stem van Bécaud te lijden heeft gehad onder zijn ziekte.

SERGE REGGIANI

...
In de nacht van 22 op 23 juli 2004 overleed de Franse acteur/zanger Serge Reggiani, na een leven vol drama, doordrenkt met alcohol. Hij was een van de laatste nog levende vertegenwoordigers van het literaire, anti-burgerlijke chanson.
In de jaren vijftig en zestig werd het protest nogal gevoed vanuit de muziekwereld. Chansonniers als Mouloudji, Brel, Brassens en Ferré lieten zich weliswaar zelden rechtstreeks uit over politieke kwesties, maar ze stelden wel de gevestigde orde aan de kaak en bespotten veelvuldig het kleinburgerlijke leven.
Serge Reggiani was een van de grote chansonniers uit dit tijdperk overleden. Hij werd 82 jaar. Reggiani begon als acteur, in de jaren veertig. In totaal zou hij spelen in meer dan tachtig films, waarin hij, met zijn intens melancholische blik, vooral uitblonk in het neerzetten van nogal tragische personages. Hoogtepunt was zijn hoofdrol in ‘Casque d’Or’, van Jacques Becker (1952), waarin hij schitterde naast Simone Signoret. Ook zijn rollen in klassiekers als Le Doulos (1963), l’Armée des ombres (1969) en Vincent, François, Paul et les autres (1974) oogsten veel lof.
Maar niet alleen met zijn blik, vooral ook met zijn stem wist hij mensen in het hart te raken. In de jaren zestig – hij was toen al over de veertig - werd hij door de zangeres Barbara ontdekt als chansonnier. Met zijn schitterende timbre bracht hij op onnavolgbare wijze de maatschappijkritische chansons van Boris Vian. "Le Déserteur" bijvoorbeeld, dat gericht was tegen de Franse koloniale oorlog in Algerije, maar in de jaren zestig ook gezien kon worden als een protest tegen de oorlog in Vietnam.
Het grootste deel van zijn repertoire werd speciaal voor Reggiani geschreven, onder meer door Georges Moustaki (Ma liberté, Sarah) en later door zijn eigen zoon, Stéphane, met wie hij ook optrad. In 1980 sloeg het noodlot toe: Stéphane Reggiani pleegde zelfmoord. Vader Serge raakte in een diepe, langdurige depressie, en zwaar aan de drank. Het lied "La chanson de Paul", door Ramses Shaffy in de vertaling van Boudewijn Spitzen vertolkt als "Ik drink", was hem wel zeer op het lijf geschreven.
De laatste jaren echter, ging het weer beter met Reggiani. Hij trouwde, begon een nieuwe carrière als schilder, maakte een paar cd’s en trad ook af en toe nog op. Met zijn breekbare, wankele gestalte, de baard die hij had laten staan en die blik van hem, melancholischer dan ooit, had hij het uiterlijk van de ideale clochard gekregen. Maar dan wel eentje die de avond na zijn dood het Franse Achtuurjournaal voor een groot deel beheerste.

 

 

MAURICE CHEVALIER

...
Chevalier trad al op twaalfjarige leeftijd op in de voorstadcabarets van Parijs en begon in 1908, met een engagement in de 'Folies Bergères', aan zijn wereldcarrière. Hier werkte de chan- sonnier van 1909-1913 samen met de chansonnière Mistinguett. Hij trad op in cafés en in de revues op de Folies-Bergère en later in Londen. Chevalier werd o.a. bekend door zijn strohoed en smoking.  Hij schreef zijn memoires "Mes Routes et mes chansons". Ze bestaan uit acht delen werden uitgegeven in 1950 en bevatten ook zijn verhaal over zijn deelname aan de Eerste Wereldoorlog..
In september 1968 stopte hij definitief met optreden en zingen. Toch nam hij in 1970 nog de titelsong van de Disney-film "The Aristocats" op, naar eigen zeggen "uit respect voor het werk van Walt Disney". 
In 1927 begon zijn loopbaan als acteur, waarin hij meewerkte aan films als "The Beloved Vagabond" (1936), "Gigi" (1958) en "Can Can" (1959).
Maurice Chevalier, was bijna vijftig jaar een wereldster en stimuleerde zelfs talenten als bijvoorbeeld Edith Piaf.
Een keuze uit zijn bekendste chansons: "La chanson du macon", "Le chapeau de Zozo", "Ma pomme", "Place Pigalle", "Prenez le temps d'aimer", "Valentine", "La Madelon de la Victoire" (1918), Valentine en "Quand un Vicomte".

 

 

LUCIENNE BOYER

...
Lucienne Boyer was een beroemde Franse chansonnière. Ze is de moeder van Jacqueline Boyer, die in 1960 het Eurovisie Songfestival won.

Meer tekst in voorbereiding

Bekende chansons van haar zijn : "Gigolette", "Un amour comme le nôtre", "Parlez-moi d'amour" (1930) en "Dans le petit café du coin".

LES COMPAGNONS DE LA CHANSON

...
Vanaf 1946 zongen ze onder de meer gekende naam “Les compagnons de la chanson”. Dat jaar kregen ze ook hun grote bekendheid door de opname van het lied “Les Trois Cloches” samen met Edith Piaf. De groep werd muzikaal ingedeeld met 3 tenoren, 3 baritons en 3 bassen. Solist was Fred Mella. De groep stopte halverwege de jaren ‘80.

HENRI SALVADOR

...
Henriador zijn vader, Clovis, en zijn moeder, Antonine Paterne, dochter van Careen Caraïbische , kwamen beiden uit Guadeloupe. Op twaalfjarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Frankrijk.
Salvador trad vanaf 1933 als musicus en humorist op in Parijse cabaretten. Hij leerde gitaar spelen door het imiteren van Django Reinhardts opnames, en werkte in de jaren 1930 met hem samen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in Zuid-Amerika met het orkest van Ray Ventura Na de oorlog begon hij aan een succesvolle carrière als zanger. Hij werd onder meer bekend door het opnemen van het eerste Franse rock-'n-rollnummer in 1956, geschreven door Boris Vian en Michel Legrand
Zijn hoogtepunt beleefde hij in de jaren 1960, toen hij zijn eigen tv-shows had. In de laatste decennia van de twintigste eeuw begon zijn ster te tanen, maar tegen het einde van zijn lange carrière kende hij opnieuw een stijgende populariteit. Zijn laatste optreden vond plaats op 90-jarige leeftijd, enkele maanden voor zijn overlijden.
Henri Salvador was een zeer veelzijdig artiest, die zowel romantische als humoristische liedjes zong. Tot zijn bekendste nummers behoren "Maladie d' Amour" (1947), "Une chanson douce (eigenlijk "Le loup", "La biche et le chevalier" (1950) en "Le travail c'est la santé" (1965). Grote successen van hem waren ook (humoristische) covers als "Zorro est arrivé", "Along Came Jones" (1966) en "Juanita Banana" 1966).

GEORGES BRASSENS

...
Brassens kwam dank zei vrienden begin 1952 in contact met Patachou die in hem onmiddellijk een groot talent herkende. Zij voorspelde dat hij binnen een jaar beroemder zou worden dan zijzelf. Dat gebeurde inderdaad heel snel nadat hij in haar cabaret moest optreden. Moest, want hij beschouwde zichzelf als auteur en componist, hij had er geen moment aan gedacht om zelf op te treden. 'Ik ben toch geen circusartiest!' had hij gezegd toen Patachou aandrong.
Hoewel Patachou enkele chansons van hem kocht, vond ze dat hij zijn eigen chansons moest zingen omdat ze zo persoonlijk waren dat niemand anders ze zou willen kopen. Hij werd door een deel van zijn publiek bemind om zijn non-conformistische liedjes, maar menigeen was geschokt door zijn directe taalgebruik