LES COMPAGNONS DE LA CHANSON

...
Vanaf 1946 zongen ze onder de meer gekende naam “Les compagnons de la chanson”. Dat jaar kregen ze ook hun grote bekendheid door de opname van het lied “Les Trois Cloches” samen met Edith Piaf. De groep werd muzikaal ingedeeld met 3 tenoren, 3 baritons en 3 bassen. Solist was Fred Mella. De groep stopte halverwege de jaren ‘80.

HENRI SALVADOR

...
Henriador zijn vader, Clovis, en zijn moeder, Antonine Paterne, dochter van Careen Caraïbische , kwamen beiden uit Guadeloupe. Op twaalfjarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Frankrijk.
Salvador trad vanaf 1933 als musicus en humorist op in Parijse cabaretten. Hij leerde gitaar spelen door het imiteren van Django Reinhardts opnames, en werkte in de jaren 1930 met hem samen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in Zuid-Amerika met het orkest van Ray Ventura Na de oorlog begon hij aan een succesvolle carrière als zanger. Hij werd onder meer bekend door het opnemen van het eerste Franse rock-'n-rollnummer in 1956, geschreven door Boris Vian en Michel Legrand
Zijn hoogtepunt beleefde hij in de jaren 1960, toen hij zijn eigen tv-shows had. In de laatste decennia van de twintigste eeuw begon zijn ster te tanen, maar tegen het einde van zijn lange carrière kende hij opnieuw een stijgende populariteit. Zijn laatste optreden vond plaats op 90-jarige leeftijd, enkele maanden voor zijn overlijden.
Henri Salvador was een zeer veelzijdig artiest, die zowel romantische als humoristische liedjes zong. Tot zijn bekendste nummers behoren "Maladie d' Amour" (1947), "Une chanson douce (eigenlijk "Le loup", "La biche et le chevalier" (1950) en "Le travail c'est la santé" (1965). Grote successen van hem waren ook (humoristische) covers als "Zorro est arrivé", "Along Came Jones" (1966) en "Juanita Banana" 1966).

GEORGES BRASSENS

...
Brassens kwam dank zei vrienden begin 1952 in contact met Patachou die in hem onmiddellijk een groot talent herkende. Zij voorspelde dat hij binnen een jaar beroemder zou worden dan zijzelf. Dat gebeurde inderdaad heel snel nadat hij in haar cabaret moest optreden. Moest, want hij beschouwde zichzelf als auteur en componist, hij had er geen moment aan gedacht om zelf op te treden. 'Ik ben toch geen circusartiest!' had hij gezegd toen Patachou aandrong.
Hoewel Patachou enkele chansons van hem kocht, vond ze dat hij zijn eigen chansons moest zingen omdat ze zo persoonlijk waren dat niemand anders ze zou willen kopen. Hij werd door een deel van zijn publiek bemind om zijn non-conformistische liedjes, maar menigeen was geschokt door zijn directe taalgebruik